Interview met Dieuwke Mink van der Molen
Onderzoek naar het verminderen van pijn en fibrose door hyperbare zuurstoftherapie na behandeling van borstkanker - HONEY studie
De afgelopen jaren hebben onderzoekster Dieuwke Mink van der Molen en prof. dr. Lenny Verkooijen vanuit het UMBRELLA-borstkankercohort in het UMC Utrecht onderzoek gedaan naar het effect van hyperbare zuurstoftherapie bij vrouwen met aanhoudende lokale pijnklachten in combinatie met fibrose, oedeem en/of bewegingsbeperking na bestraling voor borstkanker. Bij hyperbare zuurstoftherapie wordt 100% zuurstof ingeademd onder een verhoogde omgevingsdruk, waardoor het zuurstofgehalte in het bloed en de weefsels toeneemt. Het onderzoek, genaamd de HONEY-studie, is afgelopen februari gepubliceerd in het gerenommeerde tijdschrift JAMA Oncology. In dit interview vertelt Dieuwke meer over de opzet en uitvoering van het onderzoek.
Wat was de opzet van de HONEY-studie?
‘Binnen de HONEY-studie hebben wij gekeken of hyperbare zuurstoftherapie kan leiden tot het verminderen van late lokale pijnklachten bij vrouwen die radiotherapie (bestraling) hebben gehad tijdens hun borstkankerbehandeling. Binnen de onderzoeksgroep hebben wij gekeken of pijn, fibrose (stugheid van het weefsel), oedeem en bewegingsbeperking verminderen na hyperbare zuurstoftherapie. De studie was een gerandomiseerd onderzoek. Dit betekent dat deelnemers op basis van loting zijn toegewezen aan de groep die hyperbare zuurstoftherapie kreeg aangeboden,
of aan de groep die de behandeling niet kreeg aangeboden (controle groep). Om de deelnemers voor het onderzoek te werven hebben wij gebruik gemaakt van de grote, multicenter UMBRELLA-studie, die in 2013 opgericht is gestart in het UMC Utrecht. Het doel van de UMBRELLA-studie is om (1) de gevolgen van borstkanker in kaart te brengen en (2) om nieuwe behandelingen voor (de gevolgen van) borstkanker te onderzoeken. Borstkankerpatiënten vullen gedurende tien jaar verschillende vragenlijsten in. Ook geven zij toestemming om benaderd te worden voor deelname aan andere onderzoeken, zoals in het geval van de HONEY-studie.’
Wat hoopte je aan te tonen met de HONEY-studie?
‘Tot nu toe zijn er nog geen grote, gerandomiseerde studies uitgevoerd die hebben aangetoond dat hyperbare zuurstoftherapie tot een vermindering van lokale klachten na de borstkankerbehandeling kunnen leiden. De HONEY-studie is daarom opgezet om meer inzicht te geven in de meerwaarde van hyperbare zuurstoftherapie als mogelijke behandeling voor late lokale klachten na borstkankerbehandeling. Het is zowel voor patiënten als voor zorgverleners van waarde om door deze studie meer informatie te krijgen over de effecten van hyperbare zuurstoftherapie. We hopen dat patiënten op basis van de resultaten van de HONEY-studie een beter geïnformeerde keuze kunnen maken, als zij hyperbare zuurstoftherapie overwegen als behandeling voor late lokale klachten na de borstkankerbehandeling. De uitkomsten van HONEY-studie laten zien dat pijn en fibrose significant kunnen verminderen na hyperbare zuurstoftherapie.’
Wat vond je opvallend aan het onderzoek?
‘Ik vond het opvallend dat 75% van de 125 deelnemers die hyperbare zuurstoftherapie aangeboden kregen in het kader van de HONEY-studie, deze behandeling hebben geweigerd. Dit waren allemaal vrouwen die last hadden van pijn in het borstgebied, met daarbij fibrose, oedeem of bewegingsbeperking. Uiteindelijk hebben 30 deelnemers de hyperbare zuurstoftherapie volbracht. Wij hadden op voorhand gedacht dat ongeveer de helft van de deelnemers in de interventiegroep met hyperbare zuurstoftherapie zou willen starten. Dit geeft ons belangrijke informatie over de mate waarin deze groep patiënten bereid is de behandeling, die toch een behoorlijk tijdsinvestering is, te ondergaan.’
Wat hebben patiënten aan dit onderzoek?
‘De HONEY-studie laat zien dat hyperbare zuurstoftherapie tot een significante vermindering van pijnklachten en fibrose in het borstgebied kan leiden tot in ieder geval 3 maanden na de behandeling. Hyperbare zuurstoftherapie zou daarom binnen de opties van nazorg besproken kunnen worden bij borstkankerpatiënten met late lokale klachten.’
Wat maakt onderzoek doen leuk voor jou?
‘Wat ik zo mooi vind aan wetenschappelijk onderzoek, is dat je kan bijdragen aan de verbetering van de zorg. Wij hebben met de HONEY-studie laten zien dat hyperbare zuurstoftherapie kan werken als behandeling bij vrouwen met late lokale klachten na borstkankerbehandeling. Hiermee hopen wij dat het binnen de borstkankerzorg gemakkelijker wordt voor zorgverleners om patiënten uitleg te geven over hyperbare zuurstoftherapie en het toegankelijker wordt voor patiënten om deze therapie te ondergaan.’
Welke medische carrière heb je voor ogen?
‘Het lijkt mij in ieder geval heel mooi om in de toekomst de patiëntenzorg en wetenschappelijk onderzoek te blijven combineren. Tijdens mijn coschappen ben ik erg enthousiast geraakt voor het specialisme KNO. Wat mij aanspreekt is dat het specialisme veel variatie kent: je ziet jonge en oude mensen in de spreekkamer, ziek en (relatief) gezond. Ook kun je veel betekenen op het gebied van kwaliteit van leven en biedt het specialisme een mooie combinatie van denken en doen.’
Wilt u de samenvatting van de HONEY-studie lezen? Zie https://jamanetwork.com/journals/jamaoncology/article-abstract/2814857
Wilt u meer informatie over hyperbare zuurstoftherapie? Zie https://eurocept-clinics.nl/behandelingen/hyperbare-zuurstoftherapie/
Wilt u meer informatie over de UMBRELLA-studie? Zie https://www.umcutrecht.nl/nl/wetenschappelijk-onderzoek/umbrella
TEKST DENISE JOSEPH FOTO DIEUWKE MINK VAN DER MOLEN









